Botter
VD172
Botter
blueline

laatste nieuws
verhuur/boeken
logboek
het schip
historie
de restauratie
foto album
vissersliedje
verhalen
links

De restauratie

Overzicht

Stichting d'Garnkwak heeft de Volendammer kwak VD172 gerestaureerd. De kwak is een scheepstype dat lijkt op een grote uitvoering van de Zuiderzee botter. Het is een houten platbodem van 15,5 meter lang (zie het schip voor meer informatie), waarmee oorspronkelijk de zeilende visserij op de Noord- en Zuiderzee werd bedreven. In de hoogtijdagen van de visserij bestond de Volendammer vloot uit zo'n 250 kwakken, en was vrijwel de gehele bevolking afhankelijk van de visvangst. Door de opkomst van de gemotoriseerde visserij en de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 raakte de kwak, evenals de botter en andere zeilende vissersvaartuigen, in onbruik en dreigde verloren te gaan als scheepstype. Momenteel bestaan er nog slechts 4 kwakken, waarvan de VD172 er één is.

De VD172 is gebouwd in 1904 en heeft een bewogen historie . In 1993 lag het schip in zeer slechte staat op een dekschuit bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Een groepje Volendammers heeft toen besloten om te proberen het wrak van de onvermijdelijke slopershamer te redden en het als varend monument weer terug te brengen in de haven.

oude schip

Het schip op de dekschuit in Enkhuizen.

Hiertoe is Stichting d'Garnkwak opgericht, genaamd naar één van belangrijkste vissoorten die werd gevangen, de garnaal (zie ook het oud visserliedje 'de Garnekwak'). In het voorjaar van 1993 is het schip naar Volendam overgebracht. De rest van 1993 is grotendeels besteed aan het maken van een gedegen projectplan en het inzamelen van het eerste geld.

Vanaf het begin is het de bedoeling geweest om een volledige restauratie uit te voeren. Dit was noodzakelijk vanwege de al eerder genoemde slechte conditie van het schip, onder andere veroorzaakt door jarenlange uitdroging op de dekschuit in Enkhuizen en een ongelukkige hellingbeurt in het verleden, waardoor de kielbalk brak en er een zogenaamde 'katterug' is ontstaan. Een volledige restauratie houdt in dat het gehele schip stapsgewijs wordt vernieuwd: beginnend bij de bodem (het 'vlak' ) worden alle oude onderdelen één voor één gesloopt en vervangen door nieuw hout, tot aan het topje van de mast. Uiteindelijk is het resultaat een nieuwe, maar authentieke Volendammer kwak.

Het spreekt vanzelf dat voor dit ambitieuze project een aantal zaken goed geregeld moeten zijn, zoals een eigen scheepswerf, voldoende vakkennis en mankracht, nieuw hout voor de restauratie en voldoende financiele middelen.

Eigen scheepswerf

Omdat de restauratie een aantal jaren in beslag zou nemen, was er een terrein nodig dat als tijdelijke scheepswerf dienst kon doen. Gelukkig was gemeente Edam-Volendam bereid een stukje braakliggende grond in bruikleen te geven. De werf is nu heel rustiek gelegen op het 'Slobbeland' aan de zuidkant van Volendam, grenzend aan het natuurgebiedje 'de Pieterman' . Nadat de VD172 in december 1993 met behulp van twee telescoopkranen op dit terrein is geplaatst, kon worden begonnen met de inrichting van de scheepswerf. Onder andere een overdekte werkruimte, een houtopslagplaats, een portaalkraan over het schip heen en verschillende houtbewerkingsmachines, zoals een cirkelzaag en een grote lintzaag, zijn in gebruik genomen.

Vakkennis en mankracht

gang branden
Cees Droste bezig met het krom branden van een gang.
Vanaf het begin was het duidelijk dat niet al het werk door onbetaalde krachten kon worden gedaan. Zaken als het herstel van de juiste, vloeiend verlopende lijn in het schip, het pas maken van nieuwe vlakdelen en huidgangen en het zetten van nieuwe spanten is werk voor vakkundige scheepstimmerlieden, met ervaring op het gebied van botterrestauraties.

Tevens is het eenvoudigweg te veel werk voor vrijwilligers, die alles 's avonds en in het weekend moeten doen. Behalve het echte vakwerk zijn er meer dan genoeg eenvoudigere werkzaamheden voor vrijwilligers te doen. De laatste twee jaar is er een uitstekende samenwerking met scheepswerf Cees Droste uit Hoorn. Regelmatig is Cees, meestal samen met een van zijn medewerkers, in Volendam aan de slag.

Hout

Bij de restauratie wordt een enorme hoeveelheid eikenhout gebruikt. Via houtgroothandels is dit gelukkig in redelijke mate verkrijgbaar, met name uit Frankrijk waar eikenbossen nog op een duurzame wijze worden beheerd. Een specifiek probleem voor houtscheepsbouw is dat bijna al het hout krom moet zijn. Zo komen de huidgangen (de langsscheepse beplanking aan de buitenkant) uit lichte gebogen stammen van circa 9 meter lang. Deze stammen worden door de houtzagerij in de lengte richting gezaagd, zodat er delen van 4 cm dik, circa 50 cm breed en 9 meter lang ontstaan. Deze worden als een aan 'plakjes' gezaagde boomstam op de werf aangeleverd en kunnen dan verder worden verwerkt tot huidgangen.

Een verhaal apart vormen de zogenaamde krommers. Dit zijn de kromgegroeide stukken hout waaruit de spanten gezaagd worden. De spanten zorgen met name voor de dwarsscheepse sterkte en voor de verbinding tussen huid- en vlakdelen. Alle spanten zijn in meer of mindere mate gekromd, van licht gebogen (bijv. de oplangers ) tot meer dan haaks hoeken (de knieën). In totaal moeten er ongeveer 120 van deze spanten vernieuwd worden. Krommers komen bij voorkeur uit zware zijtakken van grote eiken.

Hout

Krommers uitzoeken in de Belgische Ardennen.

Aangezien krom hout voor de reguliere handel totaal niet interessant is, worden komen deze takken in goed beheerde bossen echter vrijwel niet voor: het zou slechts een verspilling van voedingsstoffen zijn en bovendien is nogal het lastig te kappen. Om toch aan dit eikenhout te komen, zijn we een keer samen met een houthandelaar naar twee nogal verwaarloosde bossen in België en Frankrijk geweest, waar wel zware zijtakken gegroeid zijn. Met de ter plekke uitgezochte krommers zijn waarmee inmiddels bijna alle spanten zijn vernieuwd.

Financiën

Voor de restauratie is een aanzienlijk bedrag nodig, in totaal zo'n f 360.000. Het merendeel hiervan wordt besteed aan houtinkoop en arbeidsloon voor timmerlieden. Daarnaast zijn er kleinere posten, zoals werfinrichting, motor- en elektrische installatie en tuigage. Inmiddels is zo'n 80% van de begroting gedekt door verschillende bronnen, zoals overheden (m.n. gemeente Edam-Volendam), cultuurfondsen (o.a. VSB fonds en Anjer fonds), het lokale bedrijfsleven en particuliere donateurs.

Marco Borsato

Uitreiking cheque door Marco Borsato.

In augustus 1997 ontving de stichting uit handen van Marco Borsato een cheque van $1000. Dit was ter gelegenheid van de uitreiking van de Golden Reel Award aan Studio Arnold Mühren en Marco Borsato. Hoewel dit niet de grootste donatie is, geeft het wel aan dat het project veel mensen aanspreekt, ook buiten Volendam.

Nieuwe donateurs krijgen bij aanmelding het boekenweekgeschenk van 1967, 'Herinneringen van een bramzijgertje' van Jan den Hartog, waarin de visserij op de vroegere Zuiderzee treffend wordt beschreven. Tevens ontvangen donateurs regelmatig een overzicht van de voortgang en is er jaarlijks een donateursdag, waarop een ieder zelf kan gaan kijken hoe de restauratie er voor staat.

Fasering en stand van zaken (juni 1999)

Bekijk voor de laatste nieuwtjes ook de nieuws pagina.
De restauratie is opgedeeld in drie fases. Bij fase I is het onderwaterschip met de stevens , het vlak en de visruimen-constructie vernieuwd. Bij fase II zijn de huid , de berghouten en alle spanten vernieuwd. Dit werk was in de zomer van 1998 gereed gekomen, op enkele spanten in het achterschip na.

recente foto

Fase 3 is bijna gereed

Er wordt nu gewerkt aan de derde en laatste fase. Fase III omvat o.a. de volgende onderdelen: het voordek (of plecht ), de boorden en boeisels , het interieur van het vooronder , de technische installaties (motor en electriciteit), het roer , de zwaarden en de volledige tuigage (mast, giek, zeilen, blokken en lijnen). Inmiddels zijn het roer en de zijzwaarden gereed. Begin 1998 is de mastbank geplaatst. Dit is een zware constructie die ter hoogte van de mast op dekhoogte over de breedte van het schip is geplaatst. De mastbank is de belangrijkste steun voor de ongestaagde mast. In het voorjaar van 1998 is het kooischot aangebracht, de scheidingswand tussen de leefruimte en het slaapgedeelte van het vooronder. Tevens vormt het een belangrijke ondersteuning van het dek.

Onder begeleiding van scheepstimmerman Cees Droste is in de zomer van 1998 weer een flinke ruk gegeven. Zo zijn 4 van de 6 de knieen van het zeilwerk geplaatst. Deze vormen de verbinding tussen de mastbank en de spanten tegen de huid. Daarna is het dek gelegd en is de romp helemaal dichtgemaakt met de resterende huidgangen en achterstuizen (achterste deel van het berghout ).

In december 1998 is Cees Droste met de laatste grote klus aan de casco begonnen: de boorden en boeisels . Het boord is een zware balk die rondom het schip de bovenkant van de romp vormt. Bij de voorsteven loopt het uit op een zware klomp eiken, het krophout. Inmiddels is het boord aan gereed, inclusief het krophout.
Hierna zijn de boeisels worden aangebracht. Dit zijn brede delen eiken die aan de buitenkant tegen de boorden en de bovenkanten van de spanten aankomen. Van de buitenkant ziet het eruit als een huidgang boven het berghout.

Voordat het schip ter water kon, moest het nog worden geverfd en gebreeuwd. Dit laatste, het breeuwwerk, is nodig om het helemaal waterdicht te krijgen. Het breeuwsel is hennep of katoen dat in de naden tussen de huid- en vlakdelen wordt geslagen. Als afwerking wordt er teer overheen gesmeerd. Het schip is op 19 juni te water gelaten met een grote telescoop kraan. Een week later is de mast geplaatst en nu, eind juni, ligt het te pronken in de Volendammer haven. Binnenkort wordt de motor geplaatst en de zeilen aangeslagen. Dan kunnen we eindelijk varen.

Toekomst van de VD172

Als de restauratie voltooid is, zal het als varend monument een ligplaats in de haven van Volendam krijgen. Daarmee zal het schip een herinnering en eerbetoon vormen aan het vissersverleden van het dorp. Uiteraard zal het ook worden gebruikt waar het voor bedoeld is: varen en, indien mogelijk, vissen. De VD172 zal te huur zijn voor toeristen en dagjesmensen en bedrijven (denk bijvoorbeeld aan personeelsuitjes).

 
De VD5 verlaat Volendam De VD17
De VD5 verlaat de haven van Volendam met meevarende gasten.
De VD17 onder zeil (mei 1999). Dit schip is recent grotendeels gerestaureerd.

Dit gebeurt nu al met de andere kwakken (de VD5, de VD84 en de VD17) en vele botters. Op deze wijze kan iedereen genieten van een van de grootste natuurgebieden van Nederland, het IJsselmeer. De stilte en weidsheid van dit watergebied is uniek, terwijl het toch vlakbij de randstad gelegen is. Met de verhuur van het schip kan ook het onderhoud worden bekostigd, want zelfs aan een 'nieuwe' kwak moet jaarlijks het nodige gebeuren. Naast de 'gewone' verhuur zijn er diverse evenementen waar aan zal worden deelgenomen (zie Han van Dam's evenementen pagina). Zo zijn er diverse botterwedstrijden, Sail manifestaties en visserij demonstraties, zoals het traditionele dwarskuilen tijdens de Volendammer dagen.

Dwarskuilvisserij aan boord van de Marker botter MK 58 (juni 1996).

de dwarskuil binnenhalen Het net in zicht
De dwarskuil wordt handmatig binnengehaald met de luilijn.
Het net is binnen handbereik. Aan de oorstokken wordt het volledige net binnengetrokken.
aatje legen De vangst
De vangst wordt vanuit het aatje in de klaarbak gestort en gesorteerd. In het voorste ruim wordt de paling bewaard.
De schrale vangst van een nacht ploeteren.

Stichting d'Garnkwak
Slobbeland 15
1131AA Volendam
KvK nr. S235982
bankrek. nr: 31.56.51.881
t.n.v. "St. d'Garnkwak"
te Volendam
 
Deze pagina's zijn
gemaakt door
Carlo de Boer.

begin van deze pagina terug naar hoofdpagina