Botter
VD172
Botter
blueline

laatste nieuws
verhuur/boeken
logboek
het schip
historie
de restauratie
foto album
vissersliedje
verhalen
links

Het schip

Terug: inleiding

Vlak, huid en spanten

De romp van een kwak is, zoals de bij de meeste schepen, opgebouwd uit de spanten aan de binnenkant en aan de buitenkant een beplanking die weer onderverdeeld is in het vlak aan de onderkant en de huid aan de zijkanten. De spanten vormen het geraamte waar huid en vlak omheen zijn aangebracht. Tezamen zorgen huid, vlak en spanten voor de algehele stijfheid en sterkte van het schip. een nieuw vlakdeel

Het vlak

De bodem van het schip, het vlak, is opgebouwd uit zes enorme planken (vlakdelen) die in de lengterichting naast elkaar liggen. De lengte van de delen varieert van zo' n 14 meter in het midden tot ca. 12 meter aan de zijkanten. De breedte van de delen is 50 à nieuwe voorsteven 80 centimeter en de dikte bedraagt 65 millimeter. Oorspronkelijk is het vlak van eikenhout gemaakt, maar omdat het duurzamer en goedkoper is, heeft de gerestaureerde VD 172 een vlak van bilinga, een tropische hardhoutsoort. Bijkomend voordeel is dat deze houtsoort verkrijgbaar is in lengtes van 15 meter, zodat de vlakdelen uit één stuk konden worden gemaakt.

In het midden van het vlak zit de kielbalk , die slechts enkele centimeters onder het vlak uitsteekt. Tezamen met de voorsteven en de achtersteven vormt de kiel de ruggengraat van het schip.

De huid

Van onder naar boven bestaat de huid uit zes huidgangen (achteraan vijf), het berghout en het boeisel. De huidgangen zijn eiken delen van circa 35 cm breed en 4 cm dik. De onderste drie gangen boven het vlak lopen dood op de ruimen . Daarboven lopen drie huidgangen van voor naar achteren door over de deken. Elk van deze gangen bestaat uit drie delen, voor het achterschip, het middenschip en het voorschip.

nieuwe voorstuis

Boven de zesde huidgang komt het berghout, een houten stootrand van 18x18 cm die over de hele lengte van het schip doorloopt. Vanwege de lengte en de kromming bij de stevens is het berghout opgebouwd uit drie delen: de achterstuis, het middenstuk (ook wel 'berghout' genoemd) en de voorstuis . De stuizen komen uit krom gegroeide stukken eikenhout, het middenstuk is een rechte balk van ca. 12 meter lang en wordt onder spanning om het schip heen gebogen. Het berghout heeft verschillende functies: het is constructief belangrijk voor het langsverband, het dient als stootrand doordat het buiten de huid uitsteekt, en het accentueert de lijn (of zeeg) in het schip.

boeisel stuurboord Boven het berghout bevindt zich het boeisel. Dit is evenals de huidgangen een 4 centimeter dik en op het breedste punt circa 38 cm breed eikenhouten deel, ook weer opgebouwd uit drie delen voor het achter- midden- en voorschip. Het boeisel versmald zich naar de stevens tot een hoogte van een centimeter of 10. Aan de binnenkant van de boeisels staat het boord bovenop de koppen van de spanten. Het boord is een tweede stevige balk die aan de bovenkant van de scheepsromp voor langsverband zorgt.

De spanten

tekening zijaanzicht bandjes in het achterschip, onder het achterhuisje leggers achterhoofdschot tussenschotten leggers voorhoofdschot de bun
(klik op de namen)

De spanten in een kwak zijn allemaal van tenminste 18 cm dik eiken gemaakt. In totaal worden in de VD 172 zo'n 130 spantdelen vernieuwd, waarvoor een enorme hoeveelheid ruw hout nodig was. Het is hierbij van groot belang dat het hout van nature de juiste vorm heeft: de meeste spanten zijn namelijk krom, van licht gebogen tot meer dan haakse hoeken. Vooral hout voor de laatste soort, de zogeheten knieën, is moeilijk te vinden.

Alle spanten hebben een naam, die vaak op een nogal plastische manier de vorm of functie aangeeft. De meest voorkomende spanten zijn: leggers, zitters, oplangers, boegbanden en dekenpoten:

Ingang voor het vooronder
Het schot met de toegang tot het vooronder. Het deurtje is nog niet aangebracht. Door de opening is het kooischot te zien. Het grote spant tegen het schot is de kleine pol, verder zijn de voorste twee dekenpoten te zien. De losse balk aan de rechter kant ligt er tijdelijk; hier komt nog een brede plank voor in de plaats.

Het verblijf voor de bemanning van het vissersschip bevindt zich voorin, in het vooronder. Dit is afgescheiden van de deken door het (vooronder-) schot. Via een deurtje in het schot is het verblijf toegankelijk. Het dek op het voorschip is tegelijk het dak van het vooronder. Het dek wordt ondersteund door 13 eiken dekbalken en de mastbank . Dekbalken en mastbank rusten op de koppen van de spanten aan weerszijden van het voorschip. In tegenstelling tot de botter kan je in een kwak in het vooronder heel redelijk staan: er is een stahoogte van ongeveer 1,90 meter. Het vooronder is in tweeën gedeeld door het kooischot . De ruimte tussen vooronderschot en kooischot is werd gebruikt om te eten en te koken, terwijl voorin werd geslapen in de 'kooi'. Helemaal voorin was verder nog bergruimte voor netten en zeilen.

Naast de romp van het schip is er de tuigage , die van oudsher voor de voorstuwing zorgt. Het bestaande uit de rondhouten (mast, giek en kluiverboom) en de zeilen (grootzeil, fok, bezaan, kluiver). Een bijzonder zeil is de 'breefok', een rechthoekig zeil dat bij voordewindse koersen aan een ra in de mast kan worden gehesen. Dit is bij uitstek geschikt om voor extra voorstuwing tijdens het vissen te zorgen. De meest beoefende visserij, het kwakkuilen, gebeurde altijd op voordewindse koersen.

Stichting d'Garnkwak
Slobbeland 15
1131AA Volendam
KvK nr. S235982
bankrek. nr: 31.56.51.881
t.n.v. "St. d'Garnkwak"
te Volendam
 
Deze pagina's zijn
gemaakt door
Carlo de Boer.

begin van deze pagina terug naar hoofdpagina