Voortgang restauratie VD 172

Verschenen in maart 1999 in het berichtennummer van Tagrijn, het lijfblad van Vereniging Botterbehoud.
 
In 1998 is de tewaterlating van de Volendammer kwak VD 172 een flinke stap dichterbij gekomen. De meewarige blikken van onze dorpsgenoten als ze ons bezig zagen bij 'dat wrak' zijn zo langzamerhand verdwenen en de meest gestelde vraag van belangstellenden is geworden: 'Voart ie al?'. Net als in 1997 is het timmerwerk grotendeels door Cees Droste uitgevoerd en begeleid. Van begin januari tot eind december heeft hij vele weken aan het schip gewerkt. Tijdens deze periodes draaide de werf in Hoorn meestal op een laag pitje, maar op de restauratiewerf in Volendam groeide de kwak gestaag. 

Aan de scheepsromp zijn in het afgelopen jaar de volgende onderdelen vernieuwd: de mastbank, het kolsum, de resterende zitters en boegbanden, de dekbalken, vijf van de zes zeilwerk knieën, de bovenste twee huidgangen rondom, de achterstuizen, het kooischot, de staande en liggende doften achterin, de plecht, het vooronderschot en, in december, de zware waterbalk en het boord aan stuurboordzijde, inclusief krophout, dol- en draaiboord. Tussen de bedrijven door zijn in de werkplaats het roer en de zwaarden afgemaakt. Sinds een jaar is ook een gepensioneerde smid regelmatig aan het werk. Hij heeft onder andere het roer- en zwaardbeslag en allerlei dollen, haken en oogjes gemaakt.

Eind in zicht

Met deze vorderingen komt het einde van de restauratie duidelijk in zicht. Aan de ene kant snakken we hier nu wel een beetje naar: met een kwak zeilen is wellicht nog leuker dan een kwak bouwen. Aan de andere kant zullen we het restauratiewerk toch wel een beetje missen.

Vooral in de huidige afwerkingsfase is het mooi om te zien hoe het schip met elk nieuw onderdeel meer gaat lijken op wat het ooit moet zijn geweest. Ook is het zeer interessant en leerzaam om te zien hoe Cees Droste bijvoorbeeld een gestroomlijnd krophout uit een warrige bonk eikenhout tevoorschijn weet te toveren. Maar gelukkig raak je met een houten schip nooit uitgewerkt, dus ook in de toekomst zullen we wel het nodige om handen blijven hebben.

Het plan is om deze winter het boord aan bakboord en de boeisels rondom te vernieuwen. Hierna volgen nog wat 'kleinigheidjes', zoals het achterplechtje, de intimmering van het vooronder, achterlaningen en de wegeringen over de dekenpoten. Hiermee is de restauratie van de scheepsromp voltooid. De laatste stap is de voortstuwing: tuigage en motorinstallatie. Dit is gepland voor het voorjaar. We hopen het schip dan in het late voorjaar of begin van de zomer 1999 te water te kunnen laten. Na 5 jaar restaureren kan dan eindelijk weer eens worden gezeild met de VD 172.

De restauratie van de VD 172 wordt mogelijk gemaakt door subsidies van gemeente Edam-Volendam, VSB fonds, Anjerfonds Noord-Holland en FONV, giften van verschillende lokale bedrijven en een groot aantal particuliere donateurs. Er is een uitgebreid restauratieverslag met veel foto's te vinden op het Internet, adres 'http://www.wins.uva.nl/~cdeboer/kwak'.


December 1998: het kropnout ligt erop 


Het schot van het vooronder is bijna klaar


Cees maakt een zitter in het achterschip klaar. Gerard is bezig met het bovenste staande doft.

Schot van het vooronder 

Een bijzonderheid aan de VD 172 is het schot van het vooronder. Dit is, in tegenstelling tot de schotten van de drie andere nog varende kwakken, origineel in eiken uitgevoerd (rond 1950 zijn alle kwakken voorzien van stalen schotten ter versteviging van het zeilwerk en ten behoeve van verstaging). Behalve de houten beplanking van het schot, betekenende dit ook dat de 'pollen voor het schot', ook wel 'kleine pollen' genoemd, in ere moesten worden hersteld. Gelukkig wist oud timmerman Jaap Zwarthoed nog precies te vertellen hoe deze constructie in elkaar steekt. De pollen staan op de voorste rand van de deken en zijn ongeveer zo groot als een grote bolder van een botter. Aan deurtjeskant loopt de voet van de pol door tot circa halverwege het deurtje. Aan de bovenzijde ondersteunt de pol het boord, het lijfhout van de plecht en de daarop gelegen waterbalk. Hiertoe worden aan de voor- en zijkant inkepingen in de kop van de pol gemaakt. In de hoek tussen het boord en de waterbalk komt de langsknie te liggen. Deze dekt het kopse hout van de bovenkant van de pol af dat zich niet onder het boord en het lijfhout van de plecht bevindt. De wegeringen over de dekenpoten lopen dood tegen de pollen aan de voor- en achterkant van de deken. 

Het vooronderschot loopt niet door tot de huid, maar valt in een sponning van circa drie centimeter diep langs de binnenrand van de pol. Over de bovenkant van het schot loopt een rechthoekige lat, onder de uiteinden van de plechtdelen. Tussen de pollen ligt over de voorrand van de deken een 13 cm hoge kwart ronde eiken drempel. Hierin is ook weer een sponning aangebracht waarin de beplanking van het schot staat. 

Noodgeval

Een essentieel detail hierbij, zo wist Jaap Zwarthoed nog, is dat de sponning in de drempel aan de vooronderkant heel licht is uitgevoerd (circa. 1 cm breed). Zo kon in geval van nood het schot met behulp van een vijftig ponder of een flinke trap worden vernield, waardoor van achteren binnenkomende grondzeeën gemakkelijk het vooronder in konden lopen. De stabiliteit van het schip bleef dan enigszins behouden, wat vooral met de Noordzeevisserij menigmaal van levensbelang is geweest. Hopelijk hoeven wij dit nooit in de praktijk te testen.

In verband met de toegankelijkheid van het vooronder hebben wij ervoor gekozen om de pollen en de drempel iets kleiner uit te voeren dan zoals het volgens Jaap Zwarthoed hoort. Van de pol loopt alleen de neus tot voor het deurtje, waarmee het overigens nog steeds kolossale spanten zijn met een voet van 81 cm en een hoogte van 130 cm. De drempel is 11 in plaats van 13 centimeter hoog. Ook de U-vormige sponning in de drempel heeft de nodige stof voor discussies opgeleverd: water dat langs het schot naar beneden loopt, kan vrijwel onbelemmerd de sponning in lopen en daarna via het kopse hout de beplanking van het schot aantasten. Met een strip lood langs de onderkant van het schot proberen we dit nu zoveel mogelijk te voorkomen, maar de tijd zal leren hoe het zich houdt. Al met al zijn we zeer tevreden over het resultaat: voorzien van een paar laagjes harpuis ziet het schot er heel mooi en authentiek uit, alsof het nooit anders is geweest.

Carlo de Boer, namens Stichting d'Garnkwak


De bakboord kleine pol, gezien vanuit het vooronder.


Doorsnede van het vooronderschot


De bakboord kleine pol in het echt