De VD172 is weer in de vaart

door Carlo de Boer

Verschenen in maart 2000 in het berichtennummer van Tagrijn, het lijfblad van Vereniging Botterbehoud.
 
De VD172 is weer in de vaart! Na zes jaar restaureren is de kwak op zaterdag 19 juni 1999 te water gegaan. Varen was toen nog niet mogelijk; dit kon pas in het najaar toen de motor was ingebouwd en wat oude zeilen waren aangeslagen. In dit verslag is dit vrij hectische laatste restauratiejaar beschreven, samen met een terugblik op de restauratie in de afgelopen zes jaar. Eind september kreeg ik een briefje van Kees Visser met de vraag of wij een stukje konden schrijven over het laatste restauratiejaar, liefst met een terugblik over de hele restauratie erbij. Uiteraard willen wij aan dit verzoek gehoor geven. Wat het laatste betreft, de terugblik, leek het ons aardig om ook eens aantal organisatorische en financiële zaken rond het restauratiewerk nader toe te lichten, in plaats van het welbekende timmerwerk. Zoals menigeen weet, sta je aan het begin van zo'n klus voor erg veel keuzes en uitdagingen, ook zaken waarvan wij anno 1993 nog geen flauw idee hadden dat ze ooit een rol zou gaan spelen. Het is ook voor anderen interessant om terug te kijken waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en hoe die hebben uitgepakt. Uiteraard kan niet alles worden uitgediept, maar als er nog verdere vragen zijn, beantwoorden wij die graag persoonlijk.

Restauratie werkzaamheden in 1999

Het jaar 1999 begon met de grootste resterende klus aan de romp: de boorden en boeisels. Doordat Cees Droste in Hoorn nog wat werk aan andere schepen had, duurde het tot half maart voordat het allemaal klaar was. Net als bij de rest van de romp is voor de boorden en boeisels nauwgezet de oude maatvoering aangehouden, waarbij opvalt dat de boeisels met name midscheeps vrij verticaal staan. Achter op de plecht ligt de zware waterbalk en net voor de mast de fokoverloop die in de boorden is ingelaten, afgedekt met schelpjes. In de fokoverloop zijn de karakteristieke rechthoekige inkepingen aangebracht voor de boom in de breefok. Verder naar voren ligt het braadspil, dat uit de top van de boom voor de nieuwe mast is gemaakt. Aan het voorschip is verder het volledige arsenaal aan kluisborden, slijt- en sierlatten aangebracht.

Achterschip

In het achterschip zijn het liggend en bovenste staande doft, de overloop en een puzzelwerk van spanten rond de overloop geplaatst. Over de zitters en oplangers in het achterschip lopen twee wegeringen, één onder en één boven. De onderwegeringen lopen van de achterhoos onder de overloop door, net boven de laningen. De bovenste wegeringetjes lopen vanaf de pollen op de deken alleen over de voorste drie spanten van het achterschip. Je zou verwachten dat ze ook doorlopen over het spantenwerk bij de overloop, maar dit hebben we niet kunnen terugvinden op oude tekeningen, foto's of modellen. De enige aannemelijke verklaring hiervoor werd door oud-scheepsbouwer Jaap Zwarthoed aangedragen. Van tijd tot tijd moesten de overloop en de opzettertjes tussen overloop en boord worden vervangen. Wanneer de bovenwegeringen zouden doorlopen over de overloop, wordt deze klus bewerkelijker omdat de bovenwegering ook zouden moeten worden vernieuwd. De mast komt uit een lariks van circa 25 meter lang, geleverd door Verbeek, te Harderwijk. Na vierkant en taps te zijn gezaagd bij zagerij Dekker te Monnickendam, heeft Cees de paal verder onderhanden genomen totdat er een ruim 18 meter lange mast over was. De hanepoten en stagband zijn origineel, maar wel van een andere kwak, de VD41! Vlak voor het tragische einde van de VD41 (begin jaren tachtig) zijn de masttop en uiteinden van de giek afgezaagd en in het Volendams museum opgeslagen. Zo vonden wij het in de kelder van het museum. Smid Jaap Steur heeft het beslag een beetje opgekalefaterd en toen kon het weer aan de nieuwe mast.

Meesterbreeuwer

Een klus waar we ons vooraf door onwetendheid nogal op verkeken hebben, is het breeuwwerk. Gerard Krijgsman (vaste kracht van Cees Droste) heeft dit helemaal alleen voor zijn rekening genomen. Bij de tewaterlating bleek dat alles perfect in orde was: er kwam nauwelijks water binnen en na een paar dagen waren de voor- en achterhoos helemaal opgedroogd. Tijdens het diner voor medewerkers aan de restauratie kreeg Gerard hiervoor een officieel certificaat 'Meesterbreeuwer' uitgereikt van Arnout de Sitter namens VBB. Overigens heeft Arnout de laatste maanden ook vaak meegeholpen, o.a. met de boeisels. Aan het eind van de restauratie was er nog een hele waslijst aan kleinere werkzaamheden zoals de keernagels zetten, onderwaterschip teren, klampen maken, banken, laningen en het schouwtje in het vooronder en veel schrapen, schuren en schilderen. Van de motor installatie zijn we voor de tewaterlating alleen aan de fundatie en schroefas toegekomen. Later heeft Arie de Waart bij jachtwerf Ruud van Drunen in Edam de motor geplaatst met alles wat er bijkomt (o.a. uitlaat, koelwater en morse bediening).

Tewaterlating en inzegening

De tewaterlating op 19 juni was vooral een technische aangelegenheid op een vroege zaterdagmorgen. Kathie Stuijt en Inez de Boer wensten het schip een behouden vaart toe, en met een fles champagne werd het de oorspronkelijke naam 'Jonge Hendrik' gegeven. Hierna ging de kwak met een telescoopkraan te water, hetgeen allemaal perfect is verlopen. Het was prachtig om te zien hoe het zonlicht de kabbelende golven weerkaatste in het harpuis van de huid. De meer officiële gebeurtenissen waren op 26 en 27 juni in de haven van Volendam. Op zaterdag werd de mast geplaatst onder begeleiding van vertegenwoordigers van de gemeente Edam-Volendam, het VSB fonds Beemster en het bedrijfsleven. Een dag later, zondag 27 juni, heeft pastoor Berkhout de kwak ingezegend. Vroeger was dit een vast gebruik: elke nieuwe botter werd ingezegend door de pastoor. Omdat het deze zondag tevens Volendammer Dag was, waren veel mensen in klederdracht. Na de hoogmis ging de hele stoet mensen naar de haven, alwaar de pastoor tijdens plechtige ceremonie de kwak inzegende. Dit hele gebeuren was zeer indrukwekkend. De rest van de dag hielden we 'open huis' op het schip, waarvan vele honderden mensen gebruik hebben gemaakt. Helaas waren er dit weekend weinig botters in de buurt, omdat het samen viel met het botterevenement in Kampen. Een volledig overzicht van de restauratie is te vinden op onze Internet pagina's, adres: http://www.wins.uva.nl/~cdeboer/kwak .

Juni 1999: de VD172 te water.


Februari 1999: Het boord aan bakboord is gereed. Cees en Gerard bekijken het resultaat. Op de plecht ligt de waterbalk nog los.


Maart 1999: de boeisels zitten er bijna aan. Aernout is hier bezig met het schaven van het voorste boeiseldeel aan bakboord.


Het achterschip, met de overloop en het spantenwerk rond de overloop. Onder de overloop ligt de onderste wegering; rechtsboven is een stukje van het bovenwegeringetje te zien.


Een deel van de masttop van de VD41, zoals wij die in de kelder van het Volendams Museum vonden. De zeilevalshanepoot is uitgevoerd met wartel, zie ook Van Gaand en Staand Want II, blz. 134.


De zegening door pastoor Berkhout op zondag 27 juni. Foto door Jan Zwarthoed (Kiek).

Terugblik

Zes jaar geleden kwamen twee jongemannen, Piet Stuijt (thans secretaris StdG) en Thom van de Woude (eigenaar VD5, niet meer betrokken bij StdG) met het plan om de VD172 te restaureren. De armzalige restanten van de kwak lagen tijdens Volendammer Dag 1993 te 'pronken' op een roestige dekschuit. De toeschouwers op de dijk zagen dit met het nodige wantrouwen aan en velen gaven het advies om het in brand te steken. Gelukkig waren er ook positieve reacties, o.a. van het gemeentebestuur, enkele sponsors en de eerste donateurs. Het plan was om het schip in 5 jaar te restaureren. Uiteindelijk is dit een jaartje meer geworden, maar dat mag de pret niet drukken. Terugkijkend naar de succesvolle restauratie zijn er een aantal zaken die van belang zijn geweest. Ten eerste de houding van de gemeenschap en de gemeente. Velen vonden het schandalig dat anno 1993 in de Volendammer haven al geruime tijd geen kwak meer was gesignaleerd. Maar de enige poging daartoe met de VD41 in de jaren zeventig, was door onderlinge twisten totaal mislukt. Hierdoor was er zowel waardering als scepsis ten aanzien van onze plannen. Waardering omdat we het ondanks die voorgeschiedenis toch aandurfden; scepsis omdat het met de VD41 niet gelukt was, terwijl die destijds in veel betere staat was dan de VD172 in 1993. Restauratie van de VD172 was dus onmogelijk. De scepsis is inmiddels verdwenen en de restauratie heeft een impuls gegeven aan de aandacht voor het visserijverleden voor Volendam. Zo is Jan Kes, gepensioneerd leraar te Volendam, in allerlei boeken en archieven gedoken en heeft veel visserijgeschiedenis vanaf ca. 1500 (!) verzameld en gepubliceerd in een lokaal nieuwsblad. Wellicht is het interessant om te zijner tijd één en ander in Tagrijn op te nemen.

Projectplan

In het eerste jaar is veel aandacht besteed aan een gedegen projectplan en begroting. Omdat we zelf geen enkele ervaring met botters of scheepsbouw hadden, is voor het technische deel advies aan anderen gevraagd, o.a. Arie de Waart en Ruud van Drunen. Ook konden we gebruik maken van het destijds gemaakte restauratie rapport van het Zuiderzee museum. Op andere vlakken, met name financieel en organisatorisch, hebben we een eigen koers gevaren. Achteraf gezien is het projectplan zeer waardevol gebleken. Vooral naar subsidiegevers en sponsors toe, maar ook voor onszelf, om te zien hoe de restauratie qua financiering en timmerwerk vorderde.

Eigen werf

Vanaf het begin stond het voor ons vast dat de restauratie een meerjarig project zou worden dat in Volendam moest worden uitgevoerd. Aangezien de oorspronkelijke botterwerf aan de haven al weer tientallen jaren is verdwenen, moest er iets nieuws worden gecreëerd. Van de gemeente kregen we een braakliggend stukje industrieterrein in bruikleen, idyllisch gelegen aan de Pieterman (het baaitje ten zuiden van Volendam). De werf is ingericht met goede gereedschappen, o.a. een grote lintzaag, een zware zaag/vlakbank (anno 1949) en een portaalkraan over het schip heen. Het restauratiewerfje is er nog steeds, en we bezinnen ons nog op een eventueel voortbestaan ervan.

IJzerwerk

Op het metaalwerk hebben we ons behoorlijk verkeken. In de eerste plaats ging dit om enkele duizenden RVS pennen voor de verbinding tussen huid en spanten. De eerste paar honderd hebben we zelf gemaakt (op lengte maken, kopje erop stuiken en zoekertje eraan slijpen). Toen vonden we gelukkig een plaatwerkerij bereid om de rest in natura te sponsoren. Ze hebben er jongens uit het leerlingstelsel opgezet; hopelijk heeft dit hun enthousiasme voor het vak niet in de kiem gesmoord..... Voor het overige ijzerwerk diende zich een gepensioneerde metaalbewerker aan, met gouden handjes en véél tijd. Hij moest soms wel wat tolerantie-grenzen verleggen: als je 40 jaar op 1/100 nauwkeurig hebt gewerkt, kun je slecht uit de voeten met "zorg maar dat het op oud smeedwerk lijkt"!

Enige belangrijke data:

  • 23 april 1993: oprichting Stichting d'Garnkwak
  • 12 juni 1993: dekschuit met schip van Enkhuizen naar Volendam
  • 11 december 1993: schip op werfterrein geplaatst
  • 13 mei 1995: legging van de kielbalk
  • november 1996: vlak en deken gereed
  • mei 1997: Cees Droste raakt betrokken bij het project
  • 6 februari 1998: plaatsing van het mastdoft
  • 18 september 1998: romp dicht t/m berghout
  • 8 april 1999: boorden en boeisels gereed
  • 19 juni 1999: tewaterlating
  • 9 oktober 1999: eerste proefvaart

Financieel: inkomsten en uitgaven De restauratie van de VD172 heeft in totaal ruim vier ton gekost. Daarnaast is voor enkele tienduizenden guldens in natura gesponsord door lokale bedrijven. De kosten zijn voor 60% gedekt door subsidies (gemeente Edam-Volendam, VSB fonds, Anjer fonds Noord-Holland, Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen, Sponsorloterij). Het lokale bedrijfsleven heeft zo'n 30% van de kosten gesponsord. De overige 10% is gedekt door circa 350 particuliere donateurs die de VD172 een warm hart toedragen. Aan de uitgavenkant waren er twee grote posten: arbeidsloon (45%) en hout (30%). De overige 25% van de kosten omvat onder meer uit werfinrichting, kleine gereedschappen, motorinstallatie en 'overhead' (van foldermateriaal tot koffie). Hoewel de post arbeidsloon misschien anders doet vermoeden, is er ontzettend veel zelfwerkzaamheid geweest. Alleen het echte scheepstimmerwerk is veelal door professionals uitgevoerd. De post 'hout' bestaat voor driekwart uit eikenhout; de rest is billinga, iroko en lariks. In totaal is er ruim 100 kubieke meter hout aan het schip vertimmerd.

Vakmanschap is meesterschap

In de laatste twee jaar hebben wij veel gebruik gemaakt van de vakkennis en ervaring van Cees Droste. Dit ging verder dan timmeren alleen; ook bij overleg over de grote lijnen, planning en toe te passen materialen was Cees veelal betrokken. Behalve Cees zelf heeft ook zijn personeel veel getimmerd aan de VD172, al genoemd is het breeuwwerk door Gerard. In de laatste fase hield dit soms in dat zij meer in Volendam dan in Hoorn te vinden waren. De samenwerking met scheepswerf Droste is uitstekend verlopen en is van grote waarde geweest voor het welslagen van het project.

Tot slot

Nogmaals terugkijkend is de restauratie van de kwak succesvol en aardig volgens plan verlopen. Het afgelopen jaar was wat dit betreft een kroon op het werk. Nu staan wij voor een heel nieuwe uitdaging: varen met het schip. Tijdens de tochtjes in het afgelopen najaar ging dit vrij goed, maar we denken er wel over om de komende tijd een krachthonk af te huren. Even een zwaard optrekken of een grootzeil hijsen valt voor de moderne kantoormens nog niet mee... Tot slot stellen wij voor om de VD172 te promoveren van aspirant lid naar volwaardig lid van de Vereniging Botterbehoud.

Tot ziens op het water,

namens Stichting d'Garnkwak,

Carlo de Boer.