Dwarskuilen met de VD172

door Carlo de Boer

Verschenen in september 2003 in nummer 2003-3 van Tagrijn, het lijfblad van Vereniging Botterbehoud.
 

Eind augustus 2003 heeft de VD172 vanuit Volendam met de dwarskuil op het IJsselmeer gevist tijdens ‘De Kuilstrijd’. Dit jaar waren we goed voorbereid. Er waren twee kuilnetten aangekocht want het oude net, waarmee Arie de Waart met de MK58 menig aaltje heeft verschalkt, voldeed niet meer. De aangeschafte netten zijn weliswaar niet nieuw, maar leken goed nadat ze grondig waren nagekeken op gaten en gaatjes door Jan en Kees Bootsman (Wagen). Deze visserlui van het oude stempel zijn vorig jaar mee geweest en hebben ons erg geholpen om de zaak op orde te krijgen.

Op donderdagavond en vrijdagochtend verzamelden de botters zich in de Volendammer haven. Iedereen is een beetje zenuwachtig. Wat gaat het weer doen? Zullen we wat vangen? Is alles aan boord voor mekaar? Vrijdagochtend wordt bij de beroepsvisserlui nagevraagd of er nog schietfuiken op zee staan. Dit blijkt erg mee te vallen. Alleen langs de dijk bij Lelystad en ‘om de Zuid’ (buiten-IJ) staan fuiken. Plekken waar dwarskuilders toch niet komen. Op het palaver zijn dan ook weinig bijzonderheden te vermelden. Het weer wordt doorgenomen en iedereen wordt gevraagd om het scheepsjournaal dit jaar nauwkeurig bij te houden, zodat achteraf kan worden gezien waar de botters hebben gevist, waar schade is ontstaan en waar de beste vangst was. Dit is interessant voor onszelf, om van te leren, en voor overheidsinstanties zoals het RIVM.

Net als vroeger zijn we volledig afhankelijk van de weersomstandigheden om goed te kunnen vissen. Dit keer is het weer het hele weekend ideaal geweest om te vissen: rustig, maar toch genoeg wind om goed te kunnen vissen op het zeil. Dit is in voorgaande jaren weleens anders geweest met eindeloze windstiltes. In de nacht van vrijdag op zaterdag waaide er een windkracht drie uit het noordwesten. Van zaterdag op zondag was het iets meer, windkracht drie tot vier en in buien af en toe een vijfje, ook uit het noordwesten. Meestal was er een heldere sterrenhemel met hier en daar een wolkje.

Op vrijdagmiddag verlieten zes botters geruisloos de haven, zonder motor met het zeil op. Vanaf de kade was dit een heel bijzonder gezicht. Er werd één trek gedaan, om te kijken of alles er goed bij stond. Na een uurtje zeilen konden we er aan (visserslatijn voor het net over boord zetten). Marco Venendaal van de BU101 was bij ons aan boord om mee te helpen. Hij had er duidelijk handigheid in, want het ging allemaal van een leien dakje. Met bezaan en kluiver erbij was het schip weer helemaal in haar element, alsof het nooit anders geweest is. Na een dik uur gingen we halen . De zeilen worden gestreken, op het grootzeil na. Met de hand halen we dan het net binnen. De vangst was gering, maar overdag vang je nu eenmaal weinig. Achteraf bleek dat we een gaatje hadden in het achterste deel van de kuil (het aatje ).

’s Nachts vissen

’s Avonds ging het vlootje opnieuw de haven uit voor de nachtelijke visserij. Jan Bootsman was bij ons aan boord gestapt om ons de kneepjes van het vak te leren. In de schemering gingen we er aan voor de eerste trek. Toen we eraan lagen, zagen we boven de horizon in het laatste licht de silhouetten van vier andere vissende botters, prachtig! Na anderhalf uur haalden we het net weer boven. Helaas, een stikkende kuul! Er zaten een paar grote gaten in het net en alle vis was natuurlijk weg. Het net ter plekke repareren ging niet meer, maar gelukkig hadden we een extra kuil. In het donker werd deze aangeslagen, en na een half uurtje konden we weer verder met de visserij.

Zeilend vissen met de dwarskuil is een samenspel van zeilen en gewichten (‘lopers’) op de kuil. Als het minder gaat waaien gaat er minder gewicht op het kuilnet, bij meer wind mag er ook meer gewicht op. De lopers hangen aan een lijn waaraan je kan voelen of het gewicht over de bodem stuitert. Het mooiste is het, als de verste loper de bodem net af en toe raakt. Dan vis je niet te licht en niet te zwaar. Wij amateurs hebben de neiging om af en toe eens te voelen of het nog goed gaat, maar de echte visserman, zoals Jan Bootsman, heeft vrijwel continu de loperlijntjes in zijn handen en laat het een beetje vieren of haalt het een beetje binnen.

De zeilen zijn getrimd op een aan de windse koers (‘knik in de schoot’). Vanwege het net drijf je desondanks dwars uit. Als het stevig waait, kan je met een kwak aardig hoogte houden (d.w.z. halve windse koersen varen), maar met weinig wind, zoals dit weekend, verlies je toch duidelijk hoogte. Als het echt gaat waaien, mogen de bijzeilen (kluiver en bezaan) eraf. Het schip stuurt zichzelf en drijft heel rustig voort op de golven en trekt daarbij het net over de zeebodem. De snelheid is niet hoog: anderhalve tot twee knoop, soms iets meer.

’s Nachts beleef je de ware vissersromantiek. In het donker zie je allerlei lichtjes aan de wal, op het water en aan de hemel. Aan boord is het een oase van rust. De halve bemanning ligt meestal te kooi (slaapt) en de anderen zijn stil of vertellen elkaar verhalen over vroeger of nu. Op een afgesproken tijdstip roept iemand ‘Haluuhh!!’ in het vooronder. Ineens is het gedaan met de rust. Degene die de wacht hielden trekken hun oliegoed aan. Bij degenen die te kooi lagen, dringt de harde realiteit langzaam door. Je probeert dan wakker te worden, maar meestal lukt het maar half. In de tijd dat ik als jongen weleens met mijn vader op de Noordzee viste, was hetzelfde laken het pak. Als het schip aan de boomkorren lag te trekken was het een en al rust aan boord. Totdat het sein ‘Haluuhh!!’ klonk. Dan was het opeens een drukte van belang en werd de vangst zo snel mogelijk naar boven gehaald en verwerkt.

Veel vis, weinig aal

Bij het halen worden eerst de bijzeilen en de fok gestreken. Het grootzeil blijft altijd staan. Het net wordt op de hand binnengehaald. Dan is het altijd spannend. Zit er wat in? Is het net nog heel? De vangst aan boord van de VD172 is enorm: circa vierhonderd kilo vis. Met een schepnet wordt dit uit het aatje geschept. Dit is zwaar werk. Helaas bestaat de vangst voor het overgrote deel uit nest:schele posten, kleine baarzen en snoekbaarsjes en ander kleine grut. Uiteindelijk halen we er acht aaltjes uit. Erg veel werk voor heel weinig nuttige vis. Na al dit werk wacht gelukkig de overheerlijke soep van Ike Plat, die voor het eerst mee is te vissen. Zij is vooral geboeid door het zeilgebeuren, hoe het schip zichzelf stuurt en hoe de botter in haar element is. De visserij, met alle rotzooi die het met zich meebrengt, is voor haar van minder belang.

De volgende trekken verlopen hetzelfde. We vangen erg veel ondermaatse vis, een paar aaltjes en een enkele snoekbaars. Maar we houden de moed erin, want het blijft een belevenis en het is toch elke keer weer een verrassing wat de zee ons geeft. Moe, maar voldaan komen we ’s morgens aan de afslag. Van de tien botters die hebben gevist, hebben er maar drie een noemenswaardige vangst (de BU101, de MK63 en wij, met de VD172). De andere botters hebben veel schade aan de netten, of zijn in de modder gelopen. Ook wij hebben één kuil met veel schade. Dat wordt weer veel reparatiewerk. De vis wordt geveild voor €25,37. De MK63 heeft dit jaar de hoogste besomming.

Na een paar uur slapen overdag gaan we er zaterdag ’s avonds weer met frisse moed tegenaan. De bemanning is grotendeels ‘vers’, op Ike en mijzelf na. Het waait iets steviger dan de vorige nacht. De vangst is wat beter, onder meer omdat er een paar snoekbaarzen ons net in zwemmen. ’s Morgens stoppen we al vroeg met vissen om nog genoeg tijd over te houden om terug te zeilen en schoon schip te maken. Voor Volendam worden we nog getrakteerd op een fantastische regenboog, helemaal rond en felgekleurd. Daarna volgt uiteraard een geweldige plensbui die we gebruiken om het oliegoed af te spoelen. Na de grote schoonmaak hebben we een biertje genomen op de goede afloop, en toen waren we echt bekaf.

Op het bijgevoegde kaartje en de tabel is precies te zien waar we hebben gevist. Tegenwoordig kan je dat met de GPS nauwkeurig bijhouden. Zo kunnen we achteraf zien dat we in het zuiden, oost van Marken waarschijnlijk de beste vangst hadden (5 aaltjes in ruim een uur). Ook is te zien dat de we beide schade gevallen ten westen van de lijn V boeien hebben opgelopen. We gaan in het vervolg dus niet meer ‘binnen de lijn’ vissen.

Vanaf 1995 heb ik elk jaar een nacht gevist met de dwarskuil. Eerst met de MK58, later met de VD172. Dit jaar heb ik voor het eerst twee nachten achter elkaar gevist. Dat is toch anders. Je komt een beetje in het ritme, je handen gaan de tweede nacht zeer doen van het getrek aan de lijnen en je krijgt er een bepaalde handigheid in. Desondanks blijft het zwaar werk, ook met ze zevenen aan boord. Vroeger deden ze dit met zijn tweetjes, bij alle soorten weer. Het respect voor deze mannen is er alleen maar groter op geworden. Volgend jaar zijn we er zeker weer bij!


Marco en Rogier halen het net op aan boord van de VD172.


De BU31 en de MK63 varen uit in de schemering. Foto Ike Plat.


De vangst wordt uitgezocht in de klaarbak. Foto Ike Plat.


's Morgens vroeg worden we verrast door een glasheldere regenboog boven Volendam, gevolgd door een fantastische regenbui die veel schoonspoelt. Foto Ike Plat.


's Morgens liggen de botters in de Volendammer haven voor de afslag. De netten hangen te drogen in de mast. Foto Ike Plat.


Met kluiver en bezaan op aan de kuil.


Zwermen meeuwen storten zich op het overboord gezette nest. Foto Dian Kuipers.


In de afslag: 'Hij draait ervoor...'.

 


Kaart met daarin de trekken van de VD172 aangetekend. De nummering correspondeert met de nummering in de vangsttabel.

 

Vangsttabel van de VD172

  tijd vangst wind
trek 1 vr. 14:15 - 15:57 niets (schade) NNW 2-3
trek 2 vr. 20:45 - 22:45 niets (schade) NW 2-3
trek 3 vr. 23:25 - za 1:20 8 aaltjes, ca. 15 scheppen nest NW 3-4
trek 4 za. 1:45 - za 4:10 4 aaltjes, 1 snoekbaars, ca. 20 scheppen nest NW 3-4
trek 5 za. 4:55 - za 6:00 5 aaltjes, 1 snoekbaars, ca. 13 scheppen nest NW 3-4
trek 6 za. 21:15 - za 22:45 7 aaltjes, 2 snoekbaars, ca. 12 scheppen nest NW 3-4
trek 7 za. 23:15 - zo 1:00 7 aaltjes, 1 snoekbaars, ca. 15 scheppen nest NW 4-5
trek 8 zo. 1:45 - zo 4:10 5 aaltjes, 1 snoekbaars, ca. 20 scheppen nest NW 4