Botter
VD172
Botter
blueline

laatste nieuws
verhuur/boeken
logboek
het schip
historie
de restauratie
foto album
vissersliedje
verhalen
links

Vissen met de VD 172

door Joep Steur

Een vol jaar hebben we er op moeten wachten, maar op het laatste moment viel dan toch de vergunning van het ministerie van V&W in de bus om te mogen vissen met de dwarskuil.Vrijdag 27 augustus mochten we van wal steken om de kwak dat te laten doen waar ‘ie voor gebouwd is n.l. het vissen met een sleepnet. Het weer zat lekker mee. Echt kwakkeweer zeg maar. Zo nu en dan een buitje voor het stof en een straffe windkracht 6 uit het zuid-zuid-westen.

De afgelopen paar dagen was het meeste in orde gebracht en vrijdags hoefde alleen nog maar eventjes de puntjes op de i gezet te worden. De bedoeling was om ’s middags een trek te maken om te kijken of alles in orde was en dan terug te keren naar de haven om nog wat bemanning aan boord te nemen en wat te eten om dan zo rond half 8 weer te vertrekken en vervolgens de nacht door te vissen.

Joep aan het werk
De laatste voorbereidingen voor het vissen. Foto: Anouk Becht.
Zoals gezegd stond er een straffe wapper en het is onder het oppertje van het dorp altijd wat lastig in te schatten hoe hard het nu buiten op het water waait. Omdat het, eenmaal onder zeil, makkelijker is om een rifje uit het zeil te halen dan erin te trekken, besloten we om toch maar even rifje in het groot zeil te trekken. Hoewel het schip behoorlijk hing,( het berghout verdween onder water) en zo nu en dan flinke sprongen maakte, hadden we ons volgens mij de moeite van het reven kunnen besparen, maar het is wel handzamer met een rifje.

Nog een overweging om tot reven te besluiten was het feit dat we niet gewoon een stukje aan het en weer varen waren, maar de bedoeling was dat het vistuig overboord zou gaan. Dat betekent dat er manoeuvres met het schip gemaakt moeten worden die wij niet alle dagen maken. En hoe gaat dat met zo’n klapperend (vol) grootzeil aan de mast? Volgens de overlevering goed, maar verhalen hebben na verloop van tijd nog wel eens de neiging hier en daar wat aan gedikt te worden. Dus als het verhaal gaat dat je met een kwak met windkracht zes makkelijk een vol grootzeil kan hebben aan de kuul is het natuurlijk maar de vraag of die zes ook echt een zes was of een stevige vier tot vijf... Nu woei het in ieder geval wel windkracht zes.

Met 7 mijl per uur stoven we op de vermeende vis gronden af en eenmaal onder de opper van het Paard van Marken vandaan werd het tijd om klarigheid te gaan maken. Een hol zeetje en flink wat hemel water maakte dat we tot op het bot nat raakte, maar daar zal de bab ook wel eens mee te kampen gehad hebben, dus niet zeuren en aan het werk! Dan moet eerst de fok er af om de vaart uit het schip te halen. Vervolgens is het zaak dat er een koers gevaren wordt, een beetje bij de wind zodat er nog net iets vaart overblijft om het net uit te kunnen vieren.

Nu waren wij met 6 volwassen mensen aan boord, maar in de tijd dat deze manier van vissen dagelijkse kost was, moesten ze het met 2 man (en soms een klein jongetje) zien te klaren. Op het voordek moet dus de fok naar beneden gehaald worden, de visboom moet naar buiten gedraaid worden, en de voordraad met luilijn moeten aan geslagen worden. Achterop moet het net klaar gelegd worden met bij behorende 50 ponders ( gewichten op de achterdraad om het net bij de grond te houden) de achterdraad moet ingeschoren worden en als voorop de zaak klaar is, moet ook achter het net uit gevierd worden. Je zou zeggen dat je met 2 man flink wat handjes te kort komt. Een schip is gebouwd voor een bepaald doel en dat is in dit geval vissen. Het moet dus kunnen.

Zodra je de fok laat zakken en de schoot aanhaalt tot zeg maar een flinke knik, voltrekt zich het wonder: het schip zoekt zelf de juiste koers en blijft prachtig liggen met net een half mijltje vaart over de voorsteven. Het helmhout kan op de krul en je kunt op je gemak alle noodzakelijke handelingen verrichten Dan komt het moment dat het net helemaal uit gevierd is en er dus weer zeil bij moet om gang te maken. Het waait nog steeds 6 en wat gebeurd er als de volle fok er straks ook aan staat te scheuren? Voor we “eraan” gingen ging het goed, dus waarom nu niet? Om hoog met dat ding.

De vangst
De vangst van een nachtelijke trek wordt uitgezocht. Foto: Anouk Becht.
Op het moment dat de fok er weer bijstond voelde je dat de kwak pas echt helemaal in haar element gekomen was. Vanzelf werd de juiste koers gezocht en onder een prettige helling zonder geslinger en gestamp, kwam er langzaam vaart in het schip. De log bleef steken op 2,5 mijl per uur en het behoud was iets minder dan halve wind terwijl de vaan een schijnbare wind aangaf van zo’n 70 graden bij de wind. Het was ook net of de wind opeens 2 Bft minder was gaan waaien. Je zou zweren dat zonder problemen de kluiver en de bezaan erbij gezet zouden kunnen worden. Zo lekker rustig lag die boot in het water! Maar even het hoofd over het loefboord gestoken deed me besluiten dit voorstel toch maar niet te doen.

Na drie kwartier te hebben getrokken vonden we dat het tijd werd om de buit binnen te halen. De fok weer naar beneden en trekken aan de luilijn tot het zwart voor de ogen en het voor oor boven water is . Tegelijkertijd de achter draad in halen tot ook het achter oor over het boord is. Zelfs met z’n drieën aan dat schier eindeloos stuk touw staan trekken is een zware klus. Je moet er niet aan denken dat alleen te moeten doen...

De vangst
De vangst: een miserabel zooitje. Foto: Anouk Becht.
Uiteindelijk wordt de inspanning beloond en kan het aatje (achterste stuk van de kuul ) boven de klaarbak uit gestort worden. Gelukkig hoeven we hier niet van te leven. Dat zou honger lijden hebben betekend. Er was precies een hele paling en drie rivier kreeftjes te verdelen. De rest, ongeveer 5 emmers vol, bestond uit wat voorns en ondermaatse snoekbaars. Nu alles nog leefde maar zo snel mogelijk weer overboord. Zelfs de meeuwen, doorgaans toch niet kieskeurig, namen niet de moeite om even te komen kijken. Eén verdwaalde stern wierp een spottende blik naar beneden om vervolgens meteen weer in de loodgrijze lucht te verdwijnen. Maar voor ons was de “proeftrek” geslaagd en we konden weer richting huishaven.

Stichting d'Garnkwak
Slobbeland 15
1131AA Volendam
KvK nr. S235982
bankrek. nr: 31.56.51.881
t.n.v. "St. d'Garnkwak"
te Volendam
 
Deze pagina's zijn
gemaakt door
Carlo de Boer.

begin van deze pagina terug naar hoofdpagina